Zingende Bronzen Bekkens in Gallo-Bretagne

uitzending VPRO RADIO 4 in De Wandelende Tak  vond plaats op: 23 september 2002   [19.00 -20.00 u]
presentatie: Walter Slosse en Phons Bakx

uitzending RADIO KLARA in RANS vond plaats op: 13 september 2003 – [17.00 - 19.00 u]
presentatie: Paul Rans en Phons Bakx

 

Phons Bakx en Jules Bitter maakten in Gallo-Bretagne veldopnamen van Tirer La Chèvre, een klankritueel waarbij
markante zingende bourdon-klanken aan grote bronzen bekkens worden ontlokt. Het bronzen bekken of peile d'airain,
dat in het dagelijks leven voor talloze huishoudelijke doeleinden worden gebruikt, blijkt tijdens de midzomerfeestdagen
van Saint Jean over buitengewone klankeigenschappen te beschikken. In zover bekend, komt dit klankritueel
alleen nog voor in Le Vendée en in het oostelijke deel van Bretagne.

Ook aandacht voor Bretonse tafelgezangen rond het thema van Saint Jean en delen van
een Fest Noz in de midzomernacht rond het vuur van Monsieur Saint Jean in Le Sel-de-Bretagne.

click voor extra achtergrondinformatie over dit Bretons klankritueel

Antropodium geeft CD uit over Bretons klankritueel
informatie hierover door aan te klikken

Fotoserie Tirer la Chèvre (medewerkers, musici, vreugdevuur, Fest Noz)

 

 Phons Bakx en Jules Bitter maakten veldopnamen op de volgende locaties in Ille-et-Vilain:
Saint Jean-sur-Couesnon, Le Sel-de-Bretagne en Le Mont-Serin (Pancé).

Remerciements à et du coopération de: / Een geluidsproject dat mede tot stand kwam door de inzet van:

Catherine Perrier
John Wright
Pierrick Cordonnier
Robert Bouthillier
Gael Rolland

 Tirer la Chèvre (Bretagne)                      Goro ar C'hoar (Breizh)




informatie uitgave Tirer la Chèvre

© 1 september 2002 - Stichting Antropodium/Phons Bakx -
opgenomen op 21, 22, 23 juni
2002 in
departement Ille-et-Vilain (Gallo-Bretagne) 
7 tracks – tijdsduur: 21’20” - verkoopprijs: 8,00 euro (excl. porto 2,00 euro)

 


De brochuretekst van Phons Bakx is in het Engels bij deze CD-uitgave uitgeschreven en bevat
derhalve de volledige publicatie van ‘The Singing Bowls of Gallo-Brittany’ (20 p.) welke
in Cambridge in het gezaghebbende tijdschrift verscheen voor universitaire musicologie
The Galpin Society Journal’ (RCN 306012), voorjaarseditie 2006.

 

 

 

 

 
deze geiten waren geen directe medewerkers aan het klankritueel, ondanks dat hun soortnaam er wel als beeldspraak in is opgenomen:
Tirer la Chèvre, ofwel ‘de geit melken’, maar dan - volgens algemene opvatting - op zijn Bretons. --
foto: Mieke Linders, 2003

 

Foto's hieronder: *Jules Bitter - **Phons Bakx

 

"Tirer la Chèvre" (= de geit melken) is de beeldspraak voor een uitzonderlijk geluidsritueel dat in Franstalig Bretagne nog op grote schaal wordt uitgevoerd tijdens de midzomernacht (Saint Jean). Hier aan het werk de mondharp- en vioolspecialist John Wright **

 


Onderdeel van het Tirer la Chèvre-ritueel met
John Wright en Phons Bakx (r) in Saint Jean-sur-Couesnon
*

 

 

 

 

Tirer la Chèvre, Le Sel-de-Bretagne **

 

Tirer la Chèvre, Saint Jean-sur-Couesnon **

 

 


Schaal van messing (Peile d’airain) in Le Mont-Serin
die oorspronkelijk in Normandië werden gemaakt.
*

 


Tirer la Chèvre, de benodigheden: een schaal, azijn en
vers biezengras (bronzen bekken, cider-azijn en stengels cypergras)
*

 


Robert Bouthillier en Catherine Perrier,
voorbereid op weg naar het Tirer la Chèvre
*

 



Landkaartje met bij benadering een totaalbeeld van Tirer la Chèvre in de
18e en 19e eeuw zoals in de literatuur is terug te vinden. Elke kleine stip
(ongeveer 200 stuks) vertegenwoordigt een locatie waar het klankgebruik werd geconstateerd.
Het gebied rechts van de stippellijn beantwoordt in zekere zin
aan de huidige verspreiding van Tirer la Chèvre (tek. Ph. Bakx)

 

 

volksmuzikanten uit Bretagne, links een bombarde-speler (schalmei),
rechts speler op de biniou cozh (kleine doedelzak)

 

 
Robert Bouthillier
etnoloog, verhalenverteller, volkszanger in Gallo-Bretagne

 



Gael Rolland, volkszanger

 

het vuur van St Jean

 

 

 

 

 

 

Zingende Huishoudbekkens
in Jaarlijks Volksfeest Bretagne

(informatieve tekst: Stichting Antropodium)

 

 


RENNES / MIDDELBURG - Elk jaar opnieuw worden ze uit de bijkeukens en de washokken gehaald, grote ronde bronzen bekkens die doorgaans dienst doen voor handwas, als cidervat of als beslagkom voor de omvangrijke Bretoense pannekoekmaaltijd. De bekkens die een doorsnede meten van ongeveer 1 meter, blijken de heimelijke bezitters te zijn van een fenomenale klank die slechts in één nacht per jaar gehoord wordt, de nacht van Saint Jean.
Op de heuvels ontsteekt de bevolking van het rurale Gallo-Bretagne in deze midzomernacht het vreugdevuur ter ere van de schutspatroon van het agrarisch leven. En weldra klinken er de diepe tonen van de huishoudbekkens die signalen lijken af te geven aan nabijgelegen heuveltoppen en buurtschappen, zodat het feest van Saint Jean in de hele regio tegelijkertijd kan beginnen.

Afgelopen zomer bezochten antropologisch kunstenaar Phons Bakx uit Middelburg en geluidsman Jules Bitter drie buurtschappen waar het volksfeest plaatsvond, en vingen er de bizarre geluiden van de huishoudbekkens in hun microfoon op.
Phons Bakx: "Ik twijfel er niet aan of het gaat hier om een geïsoleerd cultuurgebruik rond een rauwklinkend, boers boventooninstrument. In zover ik heb kunnen naspeuren, komt het nergens anders in Europa voor dan in Le Vendée en in het oostelijke deel van Bretagne, het zogeheten Gallo-Bretagne. Vroeger was het over geheel Bretagne verspreid, maar de overlevering getuigt dat er sinds 1900 voor het zingende huishoudbekken veel verloren is gegaan."
Een evidente samenhang met oud-magische doeleinden ontbreekt ten enenmale in de Franse wetenschapsliteratuur, maar de volkspredikaten van Bretagne houden het er in grote lijnen op dat het geluid ooit de rijping van al het zomerse ooft aan de boomtakken voltooiden. Dat gold vooral voor de oogst van de appelbomen.

Het isolement van het klankgebruik laat zich ook aflezen in de ongewone wijze waarop de diepe tonen aan het huishoudbekken worden ontlokt. Het is niet zo dat de bekkens als slaginstrument worden gebruikt. Nee, het vat zingt, en daarvoor spannen zich maar liefst twee personen in: één van hen zit laag vóór het bekken en houdt een viertal stengels cypergras tegen de platte bekkenrand zonder deze dan ook met de handen aan te raken. De ander is de speler en staat over het bekken heen gebogen. Als vanouds plaatst men het bekken op een omgekeerde ijzeren driepoot of op puntige stenen.

De klankverwekking van het instrument blijkt allesbehalve onnauwkeurig, en doet een sensitief beroep op de spelershanden. Bakx hierover: "De speler neemt de vier lange grasstengels in de handen en strijkt in één doorgaande beweging van linker- en rechterhand langs de grasstengels. Bij de juiste sensitiviteit van de handgreep ontstaat er een vibratie zoals bij een aangestreken vioolsnaar. Op de bodem van het bekken ligt een kleine plas azijn waarmee de speler om de paar streken zijn handen bevochtigt en ontvet."

Het klankspel staat bekend onder minstens 22 dialectnamen, maar Tirer la Chèvre is beslist de meest gehoorde. Om het vat volwaardig te laten klinken moet men met juiste handspanning over de stengels strijken. De Gallo-Bretonse metafoor indiceert de speler zijn handen te bewegen alsof hij een geit moet voorttrekken. In het Bretons betekent het echter "de geit melken". Bakx: "Eigenlijk appelleert de metafoor aan het ritmische klankbeeld dat het bekken voortbrengt. De aandachtige luisteraar herkent er krachtige melkstralen in die beurtelings tegen een holle emmerwand spuiten. De diepe trompettoon ontstaat pas eerst als de opgewekte vibraties in de grasstengels voldoende in de zogeheten eigenfrequentie van het bekken overgaan. Elke keer als je opnieuw probeert, zal de harmonische reeks van die trompettoon anders klinken. Als het niet lukt, dan ontstaan er alleen maar wilde, kermende kreten. Ik heb het diverse malen zelf gedaan, en ik kwam er niet onverdienstelijk uit.
Het is een immens zwaar karwei."

Dat de klank niet ieders oor streelt, illustreert de reactie van een Bretonse burgemeester toen hij vernam dat de twee geïnteresseerden speciaal opnamen wilden komen maken: "Wàt?! Komen ze helemaal uit Nederland om dat weerzinwekkende lawaai aan te horen?!"

Volgens de Middelburgse kunstenaar laat de verwekking van de sinistere klanken uit de peiles d'airain (bronzen bekkens) zich gevat omschrijven als "een trompetterende gong die als een viool moet worden aangestreken". Volgens hem staat dit primitieve klankprincipe ook aan de basis van de tromba marina, een instrument dat voornamelijk in zeventiende-eeuws processies alleen door nonnen werd bespeeld en daarom "de nonnenviool" heet.

Het markante klankspel uit Gallo-Bretagne kreeg ruimschoots aandacht van antropologen met naam zoals Paul Sébillot en Arnold Van Gennep. Desondanks kan Phons Bakx niet aan de indruk ontkomen dat de vroegere pioniers van de etnomusicologische wetenschap
Tirer la Chèvre over het hoofd hebben gezien, en dat daarom dit markante geluidsritueel in het vergeethoekje terecht is gekomen. "Des te leuker om het eruit te halen en het als primeur aan het Nederlandse en Vlaamse radiopubliek te presenteren. Bovendien blijkt het nog om een juweeltje te gaan ook."

(algemeen persbericht - Stichting Antropodium)